Het Comomeer in Noord-Italië staat vooral bekend als bestemming voor villa’s, luxehotels en boottochten, maar de regio is ook een productiecentrum voor zijde, meubels en interieurstoffen. Dat ambacht krijgt nu nadrukkelijk een plaats in hotels en nieuwe culturele adressen rond het meer. Textielhuizen Rubelli en Mantero werken samen met lokale accommodaties, terwijl in Como-stad het nieuw geopende Casabianca kunst, horeca en design samenbrengt. Daarmee wordt zichtbaar hoe nauw het toerisme rond het Comomeer verbonden is met makers die er historische technieken en omvangrijke textielarchieven beheren.
- Rubelli gebruikt bij het Comomeer onder meer een weefgetouw uit de achttiende eeuw.
- Textielhuis Mantero beheert een collectie van 75.000 stofprints en 80.000 zijden sjaals.
- Grand Hotel Tremezzo kan voor gasten een bezoek aan de fabriek van Rubelli regelen.
- In het nieuwe Casabianca zijn onlangs drie suites boven de kunstruimte geopend.
Een jaar werk voor zes meter Rubelli-stof
In de fabriek van Rubelli werkt Lorita Bellocco met een achttiende-eeuws weefgetouw en 800 klossen garen. Het werk vraagt volgens haar niet alleen lichamelijke inspanning, maar ook uitzonderlijk veel concentratie en volharding.
Voor zes meter van een bijzondere Rubelli-stof heeft Bellocco naar verwachting een volledig jaar nodig.
De stoffen van het huis zijn onder meer gebruikt door Tiffany & Co. in New York en La Scala in Milaan. Rubelli werkte daarnaast samen met ontwerpers en kunstenaars als Gio Ponti, Paola Navone en Ai Weiwei. Het bedrijfsarchief omvat duizenden textielstukken; de stoffen die op de historische getouwen worden gemaakt, behoren tot de meest gewaardeerde exemplaren.
De ligging bij Milaan hielp Como uitgroeien tot een productieplaats voor zijde, bekleding, hout en keramiek. Volgens de overlevering kreeg de lokale zijde-industrie een impuls toen een Milanese hertog in de vijftiende eeuw moerbeibomen rond het meer liet planten. Ook gespecialiseerde textielopleidingen en het geschikte microklimaat voor die bomen ondersteunen de band van de streek met zijde.
Hotels gebruiken lokale interieurs als visitekaartje
Grand Hotel Tremezzo laat banken, kussens en andere interieurelementen bekleden door Rubelli. Eigenaar Valentina De Santis, wier familie al drie generaties uit Como komt, noemt samenwerking met plaatselijke ambachtslieden fundamenteel. Volgens haar bepalen erfgoed, authenticiteit en lokale identiteit wat echte luxe is.
Dezelfde aanpak is zichtbaar in Passalacqua, het tweede hotel van de familie. Dat opende in 2022 in een achttiende-eeuwse villa en bevat onder meer fresco’s, marmer en Muranoglas. De Santis ontwikkelde met Mantero bovendien eigen sjaals met afbeeldingen van het landgoed en verwijzingen naar de geschiedenis van de villa.
De hotels functioneren zo niet alleen als verblijfplaats, maar ook als etalage voor materialen en technieken uit de omgeving.
Dat betekent voor reizigers dat het lokale ambacht rechtstreeks toegankelijk wordt binnen de toeristische ervaring. Gasten van Grand Hotel Tremezzo kunnen via het hotel bijvoorbeeld de fabriek van Rubelli bezoeken en de wevers aan het werk zien. Voor reizigers biedt dat een alternatief perspectief op een bestemming die vaak vooral met het landschap en luxe villa’s wordt geassocieerd.
Mantero bewaart tienduizenden ontwerpen en sjaals
Een andere belangrijke producent is Mantero, bekend om bedrukte zijden sjaals voor klanten als Chanel. Meer dan 500 medewerkers houden zich bezig met lopende projecten en het archief. Daar worden 75.000 stofprints, 80.000 zijden sjaals en andere textielstukken bewaard.
De studio’s zijn zelden voor bezoekers geopend. De samenwerking met Passalacqua brengt ontwerpen van Mantero wel buiten de werkplaats. Voor het behoud van ambacht is zo’n verbinding van belang: traditionele productie blijft niet uitsluitend in een archief of atelier aanwezig, maar krijgt een concrete toepassing in hedendaagse hotels.
Casabianca verbindt kunst met lokaal ontwerp
Ook in Como-stad heeft de combinatie van kunst en vakmanschap dit jaar een nieuw adres gekregen. Casabianca toont moderne kunst naast een restaurant van het Milanese Cova. De werken komen uit de privécollectie van Paolo en Antonella De Santis en dateren voornamelijk uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. De verzameling bevat onder meer werk van Anselm Kiefer en Marina Abramović.
Lokale houtbewerkers van Castiglioni herstelden de vloerdelen van het gebouw. Boven de kunstruimte zijn onlangs drie suites geopend, ingericht met onder meer kranen van Gio Ponti, behang van Rubelli en stoelen van het in Milaan ontworpen merk Azucena.
Casabianca, de hotels en de textielhuizen laten gezamenlijk zien dat de identiteit van het Comomeer niet alleen door de oevers en villa’s wordt bepaald. Achter die zichtbare luxe staat een regionale keten van ontwerpers, archiefbeheerders en ambachtslieden die stoffen, houtwerk en interieurs produceren.
Zou u bij een bezoek aan het Comomeer tijd vrijmaken voor een weverij of ontwerpatelier, of blijft het landschap de belangrijkste trekpleister?




























