De opwarming van de aarde verloopt volgens geofysicus Bill McGuire sneller dan bekende temperatuurstijgingen uit het geologische verleden. In een analyse vergelijkt de emeritus hoogleraar geofysische en klimaatgevaren aan University College London de huidige ontwikkeling met eerdere perioden van snelle klimaatverandering. De aarde is tijdens haar 4,6 miljard jaar lange geschiedenis geregeld warmer geweest dan nu, maar nergens in het geologische archief is volgens hem een vergelijkbaar snelle stijging van de gemiddelde temperatuur terug te vinden. Juist dat tempo maakt de huidige ontwikkeling uitzonderlijk.
- De huidige temperatuurstijging verloopt volgens McGuire tien keer sneller dan tijdens het Paleoceen-Eoceen Temperatuurmaximum.
- Vergeleken met het einde van de laatste ijstijd gaat de opwarming minstens twintig keer zo snel.
- Een scenario waarin de uitstoot in 2040 piekt en daarna snel daalt, vertoont overeenkomsten met het klimaat van het late Plioceen.
Gesteenten en ijs bieden een tweede blik op de toekomst
Klimaatwetenschappers gebruiken computermodellen om mogelijke toekomstige ontwikkelingen door te rekenen. Het geologische archief biedt een andere invalshoek: sedimenten, gesteenten, ijskappen en resten van vroeger leven bevatten indirecte aanwijzingen over temperaturen, koolstofdioxide en zeespiegels uit het verleden.
Die oude perioden zijn geen exacte blauwdruk voor de komende decennia. De stand van continenten, ecosystemen en andere omstandigheden kan verschillen. Ze maken wel zichtbaar hoe het klimaatsysteem eerder reageerde op grote veranderingen en bieden daarmee context voor modelberekeningen.
Niet de absolute warmte, maar de snelheid waarmee het klimaat verandert, vormt volgens McGuire het belangrijkste onderscheid met het verleden.
De hoeveelheid CO2 in de atmosfeer is in de afgelopen paar eeuwen volgens hem vermoedelijk sneller gestegen dan op enig ander moment, mogelijk met uitzondering van de onmiddellijke nasleep van de asteroïde-inslag die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs wegvaagde.
Snelle uitstootdaling zou nog steeds een ouder klimaat terugbrengen
Over ongeveer de laatste 50 miljoen jaar volgde het klimaat in grote lijnen een afkoelende ontwikkeling. De menselijke uitstoot draait die beweging nu versneld terug. McGuire omschrijft dat als het terugzetten van de klimaatklok.
Modelstudies wijzen volgens zijn analyse uit dat de aarde bij een uitstootpiek in 2040, gevolgd door een snelle daling, klimaatcondities uit het late Plioceen zou kunnen benaderen. Die periode lag ongeveer 3 miljoen jaar geleden. De CO2-concentratie bedroeg toen 330 tot 400 deeltjes per miljoen, terwijl de temperatuur 2,5 tot 4 graden Celsius boven het pre-industriële gemiddelde lag. De zeespiegel stond 15 tot 25 meter hoger.
Volgens de aangehaalde modellen zouden Plioceen-achtige omstandigheden al in de jaren 2030 in de binnenlanden van continenten kunnen verschijnen en zich vervolgens verder kunnen verspreiden. Dat is een scenario, geen voorspelling dat alle kenmerken van die oude wereld op hetzelfde moment terugkeren.
Zelfs bij een snelle daling van de uitstoot zouden toekomstige generaties volgens deze vergelijking opgroeien in een klimaat dat de menselijke beschaving niet eerdere heeft meegemaakt.
Bij hogere opwarming komen het Mioceen en Eoceen in beeld
Wanneer de uitstoot niet snel genoeg afneemt of natuurlijke terugkoppelingen meer opwarming veroorzaken dan verwacht, wordt een vergelijking met het Mioceen waarschijnlijker. Tussen 15 en 17 miljoen jaar geleden lag de CO2-concentratie op 400 tot 600 deeltjes per miljoen. De temperatuur was toen 6 tot 8 graden hoger dan in de negentiende eeuw en de zeespiegel mogelijk 50 meter hoger dan nu.
De relatief hoge temperatuur bij die CO2-waarden wijst volgens McGuire op aanvullende opwarmende factoren die nog niet volledig worden begrepen. Hij stelt bovendien dat een verdere terugkeer naar omstandigheden van 50 miljoen jaar geleden binnen de mogelijkheden blijft. De hitte van het vroege Eoceen zou het grootste deel van de wereld voor mensen onbewoonbaar maken en het voortbestaan van de mensheid zwaar op de proef stellen.
De genoemde historische zeespiegels zijn geen directe prognoses voor deze eeuw, maar laten wel zien dat een warmer klimaatevenwicht op lange termijn grote gevolgen kan hebben. Dit betekent dat uitstootkeuzes niet alleen het tempo van de opwarming bepalen, maar ook hoe ver de klimaatklok uiteindelijk wordt teruggezet.
Vindt u dat vergelijkingen met oude klimaatperioden helpen om de huidige opwarming beter te begrijpen?























