Het tijdelijke bestand tussen de Verenigde Staten en Iran is feitelijk voorbij, waardoor de dagelijkse luchtaanvallen, droneaanvallen en raketlanceringen opnieuw de oorlog bepalen. De VS hebben Iran inmiddels twaalf nachten op rij aangevallen, terwijl Teheran Amerikaanse militaire doelen en regionale bondgenoten onder vuur neemt. Washington zegt dat Iran om overleg vraagt, maar nog niet bereid is een akkoord te sluiten. President Donald Trump verklaarde dinsdag juist dat hij voorlopig geen belangstelling heeft voor een ontmoeting. Pakistan probeert intussen het vorige maand gesloten akkoord te redden, maar een nieuwe onderhandelingsronde is niet aangekondigd.
- De VS hebben Iran twaalf nachten achtereen aangevallen.
- Trump zegt voorlopig geen belangstelling te hebben voor onderhandelingen met Teheran.
- De oorlog heeft de Verenigde Staten volgens defensieminister Pete Hegseth 37,5 miljard dollar gekost.
- De Brent-olieprijs steeg woensdag tot 92 dollar per vat.
Het conflict draait daardoor niet langer om de vraag of het bestand standhoudt, maar om hoelang beide landen zonder politieke uitweg blijven doorvechten.
Washington en Teheran betwisten elkaars bereidheid tot overleg
De diplomatieke signalen uit Washington spreken elkaar niet volledig tegen, maar laten wel zien hoe ver beide partijen nog van een akkoord verwijderd zijn. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio zei donderdag tijdens een bijeenkomst van ASEAN-ministers in Manila dat Iran rechtstreeks en via tussenpersonen om een overeenkomst vraagt. Volgens hem is Teheran echter nog niet bereid de voorwaarden voor zo’n deal te aanvaarden.
Trump gebruikte dinsdag vergelijkbare taal, maar legde de nadruk op verdere druk. Iran zou volgens hem graag willen praten, terwijl de VS pas belangstelling hebben voor een ontmoeting als die volgens Washington zinvol kan zijn. Hij suggereerde bovendien dat Amerikaanse troepen een gebied nabij de belangrijkste Iraanse locaties voor uraniumverrijking zouden kunnen aanvallen.
Rubio zei dat een Iran zonder kernwapens het centrale Amerikaanse doel blijft. Tegelijk zijn de gecommuniceerde doelen van Washington tijdens de oorlog verschoven: van uitspraken over regimewisseling en het uitschakelen van het nucleaire programma naar het verzwakken van de Iraanse strijdkrachten en het beveiligen van de scheepvaart.
Militair overwicht kan doelen vernietigen, maar levert op zichzelf geen duurzame politieke regeling op; zonder akkoord kan iedere nieuwe aanval de basis leggen voor een volgende vergeldingsronde.
Pakistan probeert het ingestorte bestand te herstellen
De Verenigde Staten en Iran ondertekenden vorige maand een memorandum van overeenstemming, maar beide kanten beschouwen die regeling inmiddels als feitelijk beëindigd. Iran stelt dat Washington het akkoord herhaaldelijk heeft geschonden.
Pakistan, dat bij de totstandkoming van de tijdelijke regeling bemiddelde, probeert de diplomatie weer op gang te brengen. De Iraanse minister van Binnenlandse Zaken Eskandar Momeni sprak dinsdag achter gesloten deuren met premier Shehbaz Sharif. Hij ontmoette ook legerchef Asim Munir, die een rol speelde bij het eerdere akkoord. Sharif riep alle partijen op tot terughoudendheid.
Een memorandum van overeenstemming is een vastlegging van politieke afspraken, maar biedt niet automatisch dezelfde afdwingbaarheid als een formeel verdrag. Dat betekent in dit geval dat hervatting van de gevechten niet vanzelf een overeengekomen procedure activeert waarmee de strijd kan worden stilgelegd.
Aanvallen verschuiven naar infrastructuur en scheepvaart
Het Amerikaanse leger zegt met zijn aanvallen onder meer Iraanse militaire commandocentra, maritieme capaciteit, vliegtuighangars, droneopslag en logistieke infrastructuur te treffen. Bij de jongste aanval op de passagiersterminal van de grensovergang Shalamcheh met Irak kwamen volgens de berichtgeving twee mensen om het leven en raakten anderen gewond.
Teheran stelt dat ook civiele infrastructuur wordt geraakt. Woordvoerder Esmaeil Baghaei van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken noemde aanvallen op bruggen en elektriciteitscentrales onrechtmatige vergelding en collectieve bestraffing. Iran heeft op zijn beurt Amerikaanse militaire middelen in het Midden-Oosten aangevallen en doelen in Bahrein, Jordanië en Koeweit getroffen.
De Straat van Hormuz is daarbij een centraal strijdtoneel geworden. Vóór het conflict liep door deze vaarroute ongeveer een vijfde van de wereldwijd verhandelde olie en gas. Een tanker werd dinsdag aangevallen, waarna de bemanning het schip verliet; de Iraanse Revolutionaire Garde eiste de aanval op. Ook de door Iran gesteunde Houthi’s in Jemen hebben gedreigd met aanvallen op Saudische handelsroutes.
Langdurige verstoring van een belangrijke vaarroute kan de kosten van olie, transport en ingevoerde producten verhogen. Dat is een mogelijke economische doorwerking, geen vaststaand gevolg; woensdag stond de internationale Brent-olieprijs op 92 dollar per vat.
Amerikaanse rekening loopt op zonder duidelijk eindpunt
De oorlog heeft de Verenigde Staten volgens minister van Defensie Pete Hegseth inmiddels 37,5 miljard dollar, omgerekend 32,9 miljard euro, gekost. In mei lag de raming nog op bijna 29 miljard dollar. Hegseth verdedigde in de Senaat een verzoek om 67 miljard dollar aan aanvullende financiering en noemde dat bedrag urgent en noodzakelijk.
Voor Washington betekent voortzetting van de campagne dat niet alleen de militaire inzet, maar ook de financiële en politieke noodzaak van een helder einddoel steeds groter wordt.
Experts waarschuwen voor een zogeheten ‘forever war’: een langdurig conflict waarin aanvallen periodiek terugkeren zonder definitieve overwinning of politieke oplossing. In zo’n patroon worden Iraanse capaciteiten telkens opnieuw opgebouwd en vervolgens weer aangevallen. De combinatie van vastgelopen diplomatie, wederzijdse aanvallen en strijd om de Straat van Hormuz vergroot het risico dat de huidige escalatie in precies zo’n open oorlog overgaat.























