Walmart gebruikt een tariefteruggave van 2,9 miljard dollar, omgerekend ongeveer 2,5 miljard euro, grotendeels om prijzen in zijn Amerikaanse winkels te verlagen. De winkelketen heeft inmiddels vrijwel het volledige bedrag ontvangen, zei financieel directeur John David Rainey donderdag tijdens de toelichting op de kwartaalcijfers. De terugbetaling volgt op een uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat oordeelde dat de betreffende invoerheffingen onrechtmatig waren opgelegd via de noodbevoegdheden van president Donald Trump. Vooral boodschappen en algemene consumentenproducten krijgen lagere prijzen.
- Walmart heeft vrijwel de volledige tariefteruggave van 2,9 miljard dollar ontvangen.
- Meer dan 11.000 artikelen vallen nu onder een tijdelijke prijsverlaging, tegen circa 7.200 aan het einde van het voorgaande kwartaal.
- De vergelijkbare Amerikaanse omzet groeide in het jongste kwartaal met 2,6 procent.
- Het aandeel Walmart verloor donderdag ongeveer 9 procent.
Terugbetaalde invoerheffingen vloeien naar de winkelvloer
Walmart had eerder gewaarschuwd dat de invoerheffingen tot hogere winkelprijzen zouden leiden. Een deel van die kosten werd daadwerkelijk doorberekend: prijzen van onder meer elektronica en huishoudelijke apparaten stegen met meer dan 3 procent, tegenover 1,7 procent vóór de heffingen.
Nu het geld wordt terugbetaald, kiest het concern ervoor de middelen opnieuw in prijzen en de winkelervaring te investeren. Volgens topman John Furner is het doel om Walmarts model van structureel lage prijzen te versterken. Onder meer gehakt kreeg korting, omdat de hogere prijs daarvan klanten volgens hem raakte.
Het aantal producten met een zogeheten ‘rollback’, Walmarts term voor een tijdelijke prijsverlaging, is opgelopen tot meer dan 11.000.
De kortingen blijven niet noodzakelijk op dezelfde artikelen staan. Furner zei dat Walmart ze in de loop van de tijd over verschillende productgroepen in de winkel zal verschuiven. Concurrent Target koppelde zijn eigen tariefteruggave van 1 miljard dollar niet rechtstreeks aan de prijsverlagingen die het bedrijf dit jaar doorvoerde.
Hogere brandstofprijzen dwingen klanten tot keuzes
De prijsstrategie komt terwijl Walmart tekenen ziet dat Amerikaanse huishoudens onder financiële druk staan. Die verandering werd volgens Rainey in juni duidelijker, nadat de gemiddelde benzineprijs boven 4 dollar per gallon uitkwam, ruwweg 0,90 euro per liter. Klanten begonnen toen meer afwegingen te maken bij hun aankopen.
Het winkelbezoek nam met 1,5 procent toe, tegen 3 procent in het voorgaande kwartaal. De vergelijkbare Amerikaanse omzetgroei van 2,6 procent bleef onder de door analisten verwachte 3,8 procent en was de laagste groei in zes jaar. De totale kwartaalomzet bedroeg 187,9 miljard dollar, ongeveer 162 miljard euro, een stijging van 5,9 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Voor Walmart betekent de teruggave dat het concern prijzen kan verlagen zonder het volledige bedrag uit zijn gewone bedrijfsvoering te hoeven financieren.
Onderzoek onderstreept waarom invoerheffingen relevant zijn voor consumentenprijzen. Onderzoekers van de Federal Reserve Bank of Dallas schatten dat de Amerikaanse kerninflatie in maart zonder de heffingen 0,8 procentpunt lager zou zijn geweest. Het Kiel Institute becijferde afzonderlijk dat Amerikanen 96 procent van de kosten van de tarieven droegen. Dergelijke heffingen worden aan de grens betaald, maar kunnen via importeurs en winkels uiteindelijk in verkoopprijzen terechtkomen.
Walmart rekent op sterkere verkoop door kortingen
Walmart verwacht dat een groter deel van de bestedingen naar digitale kanalen verschuift, hoewel winkelmedewerkers het merendeel van die bestellingen nog altijd verwerken. De wereldwijde e-commerceomzet steeg in het kwartaal met 23 procent.
Het concern verhoogde zijn verwachting voor de omzetgroei over het volledige jaar van 3,5 tot 4,5 procent naar 4 tot 5 procent. Walmart baseert dat op de prestaties in de eerste jaarhelft en op de verwachting dat de prijsinvesteringen de verkoop en het marktaandeel kunnen ondersteunen.
Voor Nederlandse consumenten veranderen de Walmart-kortingen niets rechtstreeks, omdat het om de Amerikaanse activiteiten gaat. De kwestie laat wel zien hoe snel invoerheffingen bij grote winkelketens kunnen doorwerken in consumentenprijzen — en hoe een terugbetaling ruimte kan scheppen om die prijzen weer te verlagen.
Vindt u dat winkels een teruggave van invoerheffingen rechtstreeks aan klanten moeten doorgeven, of mogen zij zelf bepalen hoe dat geld wordt besteed?




























