De veroordeling van twee organisatoren van de jaarlijkse Tiananmen-herdenking in Hongkong heeft tot scherpe kritiek van mensenrechtenactivisten geleid. Een rechtbank bevond Lee Cheuk-yan (69) en Chow Hang-tung (41) vrijdag schuldig aan opruiing tot ondermijning van de staat op grond van de nationale veiligheidswet. De voormalige leiders van de inmiddels opgeheven Hong Kong Alliance organiseerden jarenlang wakes voor de slachtoffers van het Chinese optreden tegen demonstranten in Peking in 1989. Beiden ontkenden schuld. Hun straf wordt later bepaald; zij kunnen maximaal tien jaar gevangenisstraf krijgen.
- Lee Cheuk-yan en Chow Hang-tung werden in 2021 aangeklaagd en hebben steeds ontkend schuldig te zijn.
- De aanklagers stelden dat zij de nationale veiligheid in gevaar brachten onder het mom van mensenrechten.
- Een derde verdachte, Albert Ho, bekende in januari schuld.
Chow noemt gerechtigheid voor slachtoffers een morele plicht
Chow, een advocaat die zichzelf tijdens het proces verdedigde, stelde dat niet alleen zij maar ook de veiligheidswet terechtstond. Volgens haar kan het streven naar gerechtigheid voor de slachtoffers van het Tiananmen-optreden niet als aansporing tot een misdrijf worden behandeld.
“Hoe almachtig het leiderschap van de Chinese Communistische Partij ook mag zijn, het kan ons geweten niet dicteren”, zei Chow in haar slotpleidooi.
Chow zit sinds 2021 vast. Zij woonde de herdenkingen al vanaf haar jeugd bij, werd in 2010 vrijwilliger bij de Alliance en trad later op als woordvoerder. Tijdens het proces zei ze dat de beweging het eenpartijstelsel wilde beëindigen en een democratische overgang nastreefde.
Lee legde tegenover de rechtbank juist de nadruk op hervorming. Hij zei zijn leven te hebben gewijd aan de vrijheid van vereniging en de hoop dat China onafhankelijke vakbonden zou krijgen. Volgens hem betekende het beëindigen van een eenpartijstelsel niet noodzakelijk het einde van het leiderschap van de Communistische Partij. Hij hoopte dat de partij zou hervormen en burgers meer rechten zou geven.
Mensenrechtenorganisaties noemen het vonnis voorspelbaar
Mark Clifford, voorzitter van de Committee for Freedom in Hong Kong Foundation, zei dat de uitspraak “geen verrassing” was. Hij omschreef Lee en Chow als “echte Chinese patriotten” die volgens hem het zwijgen is opgelegd omdat zij de machthebbers met kritiek confronteerden.
Elaine Pearson, directeur Azië bij Human Rights Watch, stelde dat de activisten de angst van de Chinese regering voor de herinnering aan haar eigen optreden zichtbaar maakten. Zij riep regeringen op Peking verantwoordelijk te houden voor het verdwijnen van vrijheden in Hongkong.
De aanklagers presenteerden een tegengesteld beeld. Volgens hen zetten Lee en Chow anderen ertoe aan om met onwettige middelen deel te nemen aan handelingen die waren gericht op het ondermijnen van de staatsmacht. De Hongkongse en Chinese autoriteiten verdedigen de veiligheidswet als noodzakelijk voor de stabiliteit en stellen dat de onafhankelijkheid van de rechtspraak is gewaarborgd.
De jaarlijkse kaarswake verdween na invoering van de veiligheidswet
De Hong Kong Alliance organiseerde drie decennia lang een grote kaarswake ter nagedachtenis aan de slachtoffers van 1989. Jaarlijks kwamen daarvoor tienduizenden mensen bijeen. De bijeenkomst werd in 2020 voor het eerst verboden, tijdens de coronapandemie. Kort daarna legde Peking Hongkong de nationale veiligheidswet op, na de omvangrijke protesten tegen het stadsbestuur in 2019.
China stuurde in juni 1989 militairen en tanks naar Peking om de beweging voor politieke hervormingen neer te slaan. Daarbij kwamen honderden en mogelijk duizenden mensen om het leven. Openbare verwijzingen naar die gebeurtenissen worden op het Chinese vasteland gecensureerd; ook in Hongkong zijn publieke herdenkingen inmiddels feitelijk verboden.
Hongkong keerde in 1997 na Brits bestuur terug onder Chinees gezag. Daarbij werd afgesproken dat de stad binnen het model van beperkte autonomie burgerrechten zou behouden, waaronder vrijheid van meningsuiting, pers en vergadering. De nationale veiligheidswet verbiedt onder meer ondermijning van de staatsmacht.
Vonnis bepaalt hoe politieke herdenkingen worden beoordeeld
De uitspraak betekent dat een oproep tot politieke verandering, ook wanneer die verbonden is aan een vreedzame herdenking, binnen de ruime veiligheidswet als ondermijning kan worden bestraft.
Daarmee reikt de zaak verder dan de twee activisten. Voor andere organisaties in Hongkong impliceert het vonnis dat ook de doelstellingen en boodschappen achter een bijeenkomst juridisch zwaar kunnen wegen. De precieze gevolgen voor Lee en Chow worden pas duidelijk wanneer de rechtbank hun straffen vaststelt.




























