Een nieuwe studie naar groene beleggingen zet vraagtekens bij hun vermogen om risico’s te spreiden tijdens onrustige markten. Onderzoekers onder leiding van professor Sang Hoon Kang van Pusan National University analyseerden zeven groene cryptomunten en drie belangrijke benchmarks voor traditionele groene financiële producten. Op basis van dagelijkse marktgegevens van november 2017 tot juli 2024 zagen zij dat de onderlinge risico-overdracht toenam bij zowel sterke dalingen als sterke stijgingen. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Financial Innovation.
- De analyse omvat dagelijkse marktgegevens van november 2017 tot juli 2024.
- Bij normale marktomstandigheden bleef de verwevenheid tussen de onderzochte beleggingen gematigd.
- Tijdens sterke stijgingen en dalingen nam de risico-overdracht duidelijk toe.
- Cardano en Stellar waren binnen de onderzochte cryptogroep de invloedrijkste verspreiders van volatiliteit.
De onderzoekers vonden een U-vormig patroon. In relatief stabiele markten was de samenhang tussen groene cryptomunten, groene obligaties, ESG-beleggingen en indices voor schone energie beperkt genoeg om spreiding mogelijk te maken. Aan beide uiteinden van de markt — bij pessimistische én uitbundige omstandigheden — werden de verbindingen sterker.
Dat betekent dat verschillende groene beleggingen juist tijdens marktextremen minder bescherming tegen elkaars risico’s kunnen bieden.
Spreiding werkt normaal gesproken doordat verliezen of schokken bij de ene belegging niet volledig doorwerken in een andere. Een gedeeld duurzaam etiket zegt echter niets over de manier waarop prijzen en volatiliteit zich onder spanning gedragen. De onderzochte producten verschillen bovendien fundamenteel: een groene obligatie is een schuldinstrument, terwijl een cryptomunt een digitaal activum is.
Traditionele groene activa vangen cryptoschokken beperkt op
Uit de portefeuilleanalyse bleek dat traditionele groene activa slechts beperkt bescherming boden tegen de volatiliteit van groene cryptomunten. Cardano en Stellar traden binnen de onderzochte groep het sterkst op als netto-verspreiders van volatiliteit. Groene obligaties, ESG-beleggingen en indices voor schone energie waren juist netto-ontvangers van verstoringen uit de rest van het onderzochte systeem.
Groene cryptomunten onderscheiden zich volgens de studie door energiezuinigere consensusmechanismen, zoals proof-of-stake en verwante protocollen. Bij proof-of-stake wordt de validatie van transacties gekoppeld aan cryptomunten die deelnemers vastzetten, in plaats van aan de energie-intensieve rekenwedloop die bij sommige traditionele cryptovaluta wordt gebruikt.
De kwalificatie ‘groen’ beschrijft dus vooral een duurzaamheidskenmerk en is geen garantie dat een belegging als veilige haven functioneert.
Voor Nederlandse beleggers die duurzame fondsen, obligaties en digitale activa in één portefeuille combineren, is dat een relevante waarschuwing. De uitkomsten impliceren niet dat zulke combinaties per definitie ongeschikt zijn, maar wel dat vaste portefeuilleverhoudingen tijdens uitzonderlijke marktomstandigheden minder spreiding kunnen opleveren dan vooraf verwacht.
Crises maakten de financiële verbindingen sterker
De onderzochte periode omvatte ook de coronapandemie. Volgens de analyse nam de marktverwevenheid tijdens die pandemie toe en bleef zij verhoogd bij latere geopolitieke verstoringen. Naarmate de crises intensiever werden, verzwakten de voordelen van diversificatie en werden risico’s sterker tussen de verschillende duurzame activaklassen doorgegeven.
De gebruikte quantile vector autoregression-methode kijkt niet alleen naar gemiddelde marktverbanden. Het model maakt onderscheid tussen dalende, normale en stijgende marktomstandigheden. Daardoor konden de onderzoekers onderzoeken of risico-overdracht aan de uitersten anders verloopt dan onder doorsnee omstandigheden.
De conclusies gelden voor de zeven cryptomunten en drie benchmarks die in de studie zijn opgenomen. Ze laten vooral zien waarom beleggers en toezichthouders volgens Kang niet automatisch mogen aannemen dat alle groene activa veilig zijn of elkaar goed aanvullen. Voor portefeuillebeheer zou dit een dynamischere benadering kunnen betekenen; voor toezichthouders noemt hij monitoring van systeemrisico’s rond opkomende groene digitale activa.
Zou u groene cryptomunten na deze bevindingen nog combineren met duurzame fondsen en obligaties, of kiest u liever voor andere vormen van spreiding?























